woensdag 30 november 2011

tien en trots

Wat kan er in tien jaar tijd veel veranderen zeg. De tijd vliegt en als je knippert met je ogen is er alweer een jaar voorbij.

Op sommige momenten sta ik weer even stil en kijk terug naar wat er is gebeurd en waar ik nu sta. Tien jaar geleden werd ik “opeens” moeder. Dat ik moeder zou worden was wel duidelijk, alleen dat het opeens in december gebeurde in plaats van maart was wel een verrassing.
De confrontatie met het sterfelijke en het feit dat je andere kind niet zoals andere kinderen zal zijn, was op dat moment pijnlijk.

Toch heb ik me nooit laten weerhouden om toch positief naar de toekomst te kijken. Een toekomst waarin mijn bijzondere kind op zou groeien tot een volwaardig persoon. Weliswaar met zijn beperkingen, maar goed, die hebben we allemaal. Gestimuleerd door tegenslagen, maar ook door de steun en toewijding van lieve mensen om mij heen, is die baby van 950 gram en een flinke long- en hersenbeschadiging nu een tiener van 1.44 met een bijzonder karakter en een meestal een zonnig humeur.

In tien jaar tijd groeide hij op naar een jongen waar ik nog elke dag trots op ben. Op school en thuis uitgedaagd en gestimuleerd, kan hij lezen en gaat hij steeds beter rekenen. In zijn “cowboys en indianen” ergotherapie groep leert hij dat ook zijn linkerhand een functie heeft en doet hij dingen die ik tot nu toe niet voor mogelijk hield. Gisteren zag ik een filmpje waarin hij met een dienblad liep, met twee handen gedragen. Daarop bekertjes met water. Zonder te morsen liep hij van de keuken naar de tafel! Wie me dat drie maanden geleden had gezegd, had ik voor gek verklaard.

Voor zijn tiende verjaardag krijgt hij een nieuwe fiets. Gisteren maakte hij een ritje door de straat en als hij dan zo glunderend en trots kijkt, sta ik met de tranen in mijn ogen.
Volgens de kinderneuroloog zou Jorick zwaar gehandicapt, rolstoelgebonden en niet in staat tot enige communicatie zijn. Dat geloofde ik toen al niet en was vastberaden het tegendeel te laten zien.

Tuurlijk, de toekomst blijft onzeker. Onze maatschappij verandert en de bezuinigingsplannen van ons huidige kabinet zijn zeker niet gunstig voor kinderen (en volwassenen) als Jorick.

Maar nu is hij tien, en ik ben trots. Ik kijk positief naar de toekomst en laat me weer verrassen door alles wat hij voor elkaar gaat krijgen. 

dinsdag 11 oktober 2011

Sporten of niet sporten, that's the question

Via Twitter kreeg ik vandaag de Loesje van de dag. Daar had ik nog een oud blogje over "op de plank liggen".

De zomervakantie is weer voorbij en direct valt het weer op. Je kunt geen huis-aan-huis blad openslaan of de streek doorfietsen of je ziet de schreeuwerige advertenties van sportscholen.

Gratis inschrijven. Gratis proeflessen. De vakantie-kilootjes eraf en weer fit de winter in.

Hoewel ik met weerzin naar de advertenties kijk, slaat toch de twijfel toe. Weer aan de gewichten hangen of in een te strak pakje op muziek huppelen? Of gewoon negeren. Een open dag op leert me dat ik hierin niet alleen sta. Vertwijfelde blikken in te strakke sportkleding, net uit de maat zumba-end. Toch maar wel inschrijven? Het is goed en het is leuk! Toch…?

Thuisgekomen vertel in enthousiast dat ik me weer heb ingeschreven. Hij kijkt lijdzaam toe. Hij weet namelijk dat hij straks degene is die me weer moet motiveren. “Ga nou schat”. Vervolgens moet hij alle klusjes oppakken die ik laat liggen omdat ik naar een huppelklasje moet.
Na de les moet hij de verhalen weer aanhoren van mijn strijd tegen de maat. Hoe die kilo’s toch maar niet verdwijnen en dat lijf niet strakker wordt. Een dag later het geklaag over spierpijn en de vraag “Zeg lief, masseer jij mijn schouders even?”

Dit jaar laat ik mijn twijfel niet doorslaan. Niet omdat het niet nodig is, maar omdat ik het manlief niet kan aandoen.

dinsdag 4 oktober 2011

Back to the future

De Metro van 30 september besteedde aandacht aan het jaar 2031. Libelle besteedde in de week daarvoor ook al aandacht aan het leven in 2030. Toeval of zijn "wij" daar "allemaal" mee bezig?

Zelf ben ik uit bouwjaar ’72. In mijn lagere schooltijd (lees begin jaren ’80) hadden we ook een “Toekomst project”. Hoe ziet het leven er uit in het jaar 2000? Dat was een magisch getal, een millennium en vooral nog ontzettend ver weg! Als 8-jarige was het niet voor te stellen hoe het leven als bijna dertiger zou zijn.

Tijdens dat project moesten we knutselen en samen bespreken hoe het jaar 2000 eruit zou zien. Wat ik me kan herinneren, ging het er in onze kleine wereld over wat we zouden worden, met wie we waren getrouwd en hoeveel kinderen we zouden hebben.

Ik werd dierenarts, zou trouwen met de hunk uit de klas (zoals alle meisjes hoewel we dat niet hardop durfden te zeggen) en zou minstens 4 kinderen hebben voor mijn 25e. We zouden op vakantie gaan naar de maan, en we zouden allemaal een robot in huis hebben. Verder was de mode zilver en woonden we allemaal in ronde huizen. Wat was het leven toch eenvoudig in de jaren ’80 voor een 8 jarige.

Het enige dat uit is gekomen in het jaar 2000 was dat ik getrouwd was, alleen niet met de hunk van de lagere school, maar met een nog veel leukere vent. Ik werkte met mensen ipv dieren, mijn huis was een uiterst hoekig flatgebouw en zwanger worden ging niet vanzelf.

Ga ik nu kijken hoe ik denk dat het er over 20 jaar uitziet, denk ik anders dan Metro en Libelle. Zoals Metro verwacht ik niet dat we printers hebben waarmee we onze levensmiddelen kunnen uitprinten, staan er nog gewoon koeien in de wei en zullen vissen nog steeds water nodig hebben.
Libelle blijft wat reëler, maar ook daar in die fantasieën kan ik me ook niet helemaal vinden. Broccoli die naar patat smaakt, pratende huisdieren en modulaire vakantiehuisjes.

Wat ik zeker weet is dat ik over 20 jaar (bijna) 60 en volledig grijs zijn.

Ik leef in het heden en ga maar gewoon met mijn tijd mee. Bevalt het leven me in 2030 niet… dan stap ik wel in de tijdmachine ga ik terug naar een jaartal dat me wel beviel.

Ergens begin jaren ’80 toen het leven nog eenvoudig was voor een 8 jarige….?

maandag 26 september 2011

#inappropriatefuneralsongs

Onlangs waren inappropriate funeral songs een trending topic op Twitter, ofwel liedjes die op een begrafenis nou niet helemaal gepast zijn. Dat kon zowel de titel als de tekst van een liedje betreffen.

Op het moment suprême heb je zelf geen invloed meer op de muziekkeuze die je nabestaanden maken. Het is maar te hopen dat ze iets kiezen dat bij jou past en dat het liedje nog wat te denken geeft ook. De meesten laten het in het volste vertrouwen over aan de nabestaanden. Ik vind dat gevaarlijk want voor je het weet krijg je muziek die in de trending topic van twitter stond. Een paar sprekende voorbeelden:

-          Adele met Rollin’in the deep
-          Maroon 5 met It’s getting harder to breathe
-          Jamiroquai met I’m going deeper underground
-          Toni Braxton met Breathe again

Daar zou ik niet aan moeten denken. Het blijft mensen (tenminste mij) altijd bij welke ongepaste liedjes bij een uitvaart worden gespeeld. Wanneer ik die jaren later hoor, weet ik nog wie er bij dat nummer werd begraven.

Mijn lijstje ligt al jaren klaar. Niet omdat ik graag dood wil gaan, nee omdat ik wil dat er muziek gedraaid wordt die mij vertegenwoordigt. Dat mensen mij herkennen in de muziek en jaren later dat nummer horen en denken “hé, dat was Brigitta”. Ik moet er niet aan denken dat iemand “Waarheen Waarvoor” kiest of erger nog Mariah Carey of iets dergelijk vreselijks. Ik houd ook na de dood liever de keuze in eigen hand.

Het lijstje wisselt dan ook met enige regelmaat. Soms hoor je weer iets waarvan je denkt “dat moet het zijn!”. Wat er al jaren ongewijzigd op staat is “Unforgettable fire” van U2. Dramatische orkestmuziek, geweldige stem van Bono en een titel die een crematie eer aan doet.

De Dijk stond er al jaren op, maar het liedje is onlangs veranderd. "Wakker in een vreemde wereld" is ingeruild voor "Scherp de Zeis". De tekst vind ik geweldig “Elke dag valt iets te vieren, in het groot of in het klein”, “wie vandaag leeft moet straks niet zeuren”. Dood gaan we allemaal, leef dus nu je kunt en zeur later niet als je iets hebt laten liggen. Zo sta ik in het leven en geef ik de mensen mee als nadenkertje.

Het derde nummer (waarom mogen er maar drie op een begrafenis?) wisselt regelmatig. Van The Cult (Bad Fun), De Heidenroosjes (My Funeral) tot Volbeat (Heaven or Hell). Het moet rocken, even iedereen wakker schudden. Veel gitaren, de geur van bier en wiet. Iedereen even het gevoel laten ervaren dat ik had toen ik op zaterdagavond met vriendinnen bij een (onbekend) bandje stond te kijken en springen.

Voor mij dus geen inappropriate funeral song, hoewel de laatste nog te bezien valt. Als het derde nummer de sfeer kan oproepen staat straks iedereen te headbangen en bier te zuipen achter zijn rollator.

Ja rollator, want ik ben nog lang niet van plan te gaan!

donderdag 15 september 2011

Ben ik een zeur (Libelle Wijsheden deel 1)

 In Libelle nummer 30 staat de test; Ben ik een zeur?

“iedereen wil graag zijn zin krijgen, maar dat kan niet altijd. Gaat het om iets belangrijks, dan kan aandringen nodig zijn. Gaat het om onbenulligheden, dan verpest gezeur de sfeer. Zit u in de gevarenzone?”

Als moeder van ons samengestelde gezin met 3 jongens krijg ik vaak naar mijn hoofd geslingerd “Zeur toch eens niet zo!” “Jezus zeg, wat kun jij zeuren” en “hou toch eens op met dat gezeur”. Is dit nu gewoon puberaal gedrag of ben ik nou echt een zeurpiet? Tijd op de Libelle Sneltest te doen. Zit ik in de gevarenzone?

Naar eer en geweten beantwoord ik alle tien de vragen en tel ik de punten bij elkaar op. 22 punten op de A vragen en 19 op de P vragen. Met beide vragen zit ik hiermee in de categorie “18 punten of meer”. Dit betekent dat ik in de gevarenzone zit!

“U kunt inderdaad wel zeuren, u bent namelijk niet op uw mondje gevallen en stelt hoge eisen aan uw omgeving. Het moet gebeuren zoals u dat wilt, ook als het gaat om kleine dingen”.

Als ik dan kijk naar wie er tegen me zeurt, namelijk de kinderen, klopt het dat ik eisen stel aan mijn omgeving. Of deze eisen hoog zijn, waag ik te betwijfelen. Het opruimen van je eigen rotzooi (lees gebruikt serviesgoed, remsporen, vieze kleren, gebruikte handdoeken, schooltassen etc.) is toch geen hoge eis? Het is toch normaal dat je je eigen troep opruimt, zodat een ander (lees ik) dat niet hoeft te doen?

Ik werk dan wel niet buitenshuis op dit moment, maar ik heb geen zin om naast de gewone huishoudelijke dingen ook nog eens alle troep achter drie konten aan op te ruimen. Voor hen is het een kleine moeite, voor mij een groot plezier.

Als tip krijg ik; “Bedenk hoe belangrijk iets nu werkelijk is. Hoe erg is het als het niet zo goed wordt gedaan….Het gaat om onbenulligheden. Een goede sfeer is belangrijker.”

Dan stel ik mezelf de vraag; Hoe kan ik genieten van een goede sfeer tussen de gebruikte ontbijtbordjes, natte handdoeken, met vieze sokken onder tafel en de school- en sporttassen slingerend door de woonkamer?




Ps: ik begrijp mijn zeurende ouders steeds meer…..
Als ik terugkijk, ben ik goed terecht gekomen. Ruim, dank zij het zeuren van mijn pa en ma, alles achter mijn kont op en toon nu alleen nog maar begrip voor diezelfde zeurende ouders. Ik ga er vanuit dat onze jongens ook straks hun spullen zelf opruimen en tegen hun kinderen zeuren.
Heet dat niet een vicieuze cirkel?

dinsdag 6 september 2011

Ik beken!

Ik beken, ik lees Libelle! Ik heb zelfs een abonnement. Voor mijn vriendinnen is dit onderwerp voor grote hilariteit. Hoe kan het dat notabene ik de Libelle lees. Ik (en zij) beschouw(en) mij blijkbaar als een geëmancipeerde vrouw met (tot voorheen) een carrière in het bedrijfsleven. Voorheen 30-jarige weduwe met gehandicapt kind, nu opnieuw getrouwd en moeder van een samengesteld gezin. Niet heel modebewust, te dik, maar nooit (of bijna nooit) aan het lijnen.  Kortom niet de standaard “Libelle lezer” in hun ogen.

Tijdens onze etentjes komt het onderwerp vrouwenbladen regelmatig ter sprake. Aan Libelle hangt nog een groot stuk tuttebolligheid met breipatronen, hoe kook ik een eenvoudige doch voedzame maaltijd voor mijn man en hoe val ik verantwoord, maar snel af?
Ik probeer mijn vriendinnen dan ook duidelijk te maken dan het blad in de loop der jaren is veranderd. Met haar tijd is mee gegaan. Van huisvlijttips voor huisvrouwen, naar carrièretips voor carrièrevrouwen. Daarnaast een heel stuk psychologie en relaties. Breipatronen komen niet meer voor en de recepten zijn veranderd in culinaire hoogstandjes of snelkooktips voor carrièrevrouwen.

Als 35 jarige vrouw kreeg ik het Libelle abonnement van mijn oma. Mijn oma is al lid sinds de breipatronen en de Libelle ging de hele familie door. Tot dat ik het circulatieschema verbrak door mijn emigratie naar West-Friesland. Oma vond het toen tijd voor een eigen abonnement. Nu, ruim 4 jaar later, ben ik nog steeds lid en ontvang ik wekelijks op donderdag de Libelle op de deurmat.
Ik ben geen fan van alle dingen die er in staan en die ik zelfs structureel oversla. In sommige edities is het “zielige vrouwen gehalte” wel erg groot. Er zou een betere balans gevonden kunnen worden tussen de positieve verhalen en de lief en leed verhalen.

Wat ik nooit oversla zijn de wekelijkse columns van Hans. Hans schrijft erg leuk over hoe een man zich soms in een vrouwenwereld voelt. Nu ben ik geen man, maar heb soms ook moeite met de vrouwenwereld en zijn stukjes zijn erg herkenbaar.

Om aan te tonen dat je uit de Libelle heel veel kunt leren als “vrouw van (rond de) 40”, zal ik de komende tijd wat hoogte- en dieptepunten uit Libelle uitlichten.

Wordt vervolgd….



woensdag 24 augustus 2011

Lezen....

Wat doe ik naast schrijven, koken, kletsen en eten het liefst? Lezen….

Al zolang als ik me kan herinneren lees ik. Mijn eerste echte boekje dat ik helemaal gelezen heb, heet “Tom en Jet helpen mee”. Dit boekje ligt nu bij Jorick. Ik geloof niet dat hij het heel interessant vindt, maar aan dat boekje heb ik dierbare herinneringen.

Al vroeg was ik lid van de bieb, en haalde ik regelmatig nieuwe boeken. Van Harm-Jan en Ti-ne-ke, Bak-ker-tje Deeg en Pinkeltje
Op ongeveer 9-jarige leeftijd raakte ik in de ban van “De vijf”, de hele serie heb ik gelezen, meerdere malen. De boeken waren truttigheid ten top, rolpatroonbevestigend en van een provisiekast en gemberbier had ik nog nooit gehoord. Daarna kwamen de gele Kluitman pockets van Bianca, Manege Picadero (paardenboekjes) en De Wildhof. Maar ook Jan Terlouw, Thea Beckman. Het engste boek uit die tijd was “De meester van de zwarte molen” van Otfried Preussler.

Op een gegeven moment ging ik boeken lezen die mijn moeder haalde uit de bieb. Detectives van Agatha Christie en Dick Francis, Le papillon. Eigenlijk lees ik vanaf 15-jarige leeftijd alles wat ik voor handen kreeg.
Als lezer maakt ik fases door; bouquetreeks, horror, fantasy, medische thrillers, Engelse detectives, waargebeurde verhalen, filosofische verhalen, romantische romans, chicklit, literatuur, Scandinavische detectives, historische romans, noem het maar op.

Voor mijn omgeving ben ik niet gezellig als ik lees. Ik kan alles om mij heen vergeten en helemaal “in” mijn boek zitten. Ook als ik ergens midden in zit en niet los kom, lees ik door tot ik het boek uit heb. In de vakantie gaat mijn grootste bagagegewicht op aan boeken. En dan probeer ik nog op formaat en gewicht te letten. Ideaal is het dan ook als je met mede lezers op vakantie gaat. Helaas heb ik maar één lezende relatie gehad, mijn latere vriendjes hielden niet van lezen. Dat is lastig, want dan moet ik zelf zoveel boeken meenemen, dat levert commentaar op.

Manlief vroeg mijn laatst hoeveel boeken ik al gelezen heb. Tja, dat is moeilijk in te schatten of te berekenen. 1 boek per week vanaf mijn 9e jaar is slechts 1560 boeken (alleen leesboeken, studieboeken niet meegeteld). Voor een niet-lezer klinkt dat veel, mij lijkt het zo weinig. Mijn huidige boekenkastje telt al ca. 200 boeken die ik allemaal gelezen heb. Bij mijn twee verhuizingen heb ik minstens zoveel boeken weggedaan, achter het schot staan nog een paar dozen met boeken, ook leen ik boeken van mensen (en die krijgen ze netjes terug) en bij de bieb ben ik vaste klant.
Met als variabele nog een wisselende leesfrequentie, is een exacte berekening is volgens ook niet mogelijk.  Ik zou een aardig bibliotheekje kunnen vullen.

Zo lang ik nog gelukkig wordt van het vasthouden van een boek, het omslaan van de bladzijden en de “boekenlucht” in de bieb of boekenwinkel blijf ik lekker lezen! Al liggen mijn sociale vaardigheden op het moment van lezen op laag niveau, doe ik er verder niemand kwaad mee!

vrijdag 15 juli 2011

Multitalent

Some got nothing, some got it all.
Als je erop let zijn je veel zgn. multi-talenten om je heen. Ik ken ze vaak niet persoonlijk maar uit de media of van horen zeggen. Acteurs die presenteren,  presentators die zingen, zangers die schrijven, voetbalvrouwen die fotomodellen, fotomodellen die ontwerpen, ontwerpers die presenteren en ga zo maar door.

Of al die multi talenten ook multi succesvol zijn is de vraag. Goed zijn in het één, vervolgens een zijstap maken is makkelijker wanneer bekend bent. Mensen kennen in “het wereldje” is handig om jezelf te profileren met een “nieuw” talent. De een is daar succesvoller in dan de ander. Fotomodel/actrice Daphne Dekkers werd bestseller auteur. Anderzijds ging hockeyster Fatima Moreira de Melo finaal onderuit als zangeres tijdens het Televizier Gala. Geslaagd multi talent Chantal Janzen omschreef het goed; “Wat kan ze hockeyen hè die meid!”

Momenteel ben ik in de ban van Nesbø, een Noors multi-talent. Op de flap van zijn boek staat hij omschreven als: “Jo Nesbø was broker, profvoetballer, musicus, componist, zanger, auteur en reist veel”. Dit kan over komen als twaalf ambachten, dertien ongelukken. Het tegendeel is waar.
Nu vind ik Jo Nesbø een werkelijk multi-talent. Voetballen heeft niets te maken met componeren en muziek heeft niets te maken met schrijven. De meeste profvoetballers hebben niet meer dan een middelbare school afgemaakt. Voetbal gaat voor alles en een opleiding blijft daardoor achter. Een enkeling leert wel door, de uitzondering op de regel.

Jo Nesbø raakte geblesseerd en zag zijn profvoetbalcarrière in rook opgaan, ging in dienst en maakte uiteindelijk zijn opleiding af. In zijn studententijd kwam hij in aanraking met muziek. Hij speelde drie akkoorden gitaar en werd gevraagd zanger te worden. De muziek van de band sprak hem niet aan en ging zijn eigen teksten schrijven. Een latere band werd opgepikt en zie daar een redelijk succesvolle Noorse band Di Derre met Jo Nesbø was een feit.

Na zijn studie combineerde hij een baan als broker in de financiële wereld met toeren met de band. Tijdens een sabattical, waarin hij zich wilde concentreren op de muziek, werd hij gevraagd zijn belevenissen met de band op te schrijven. In plaats daarvan schreef hij zijn eerste misdaadroman, een betere versie van “Lord of the flies”, een boek uit zijn jeugd dat hij “te tam” vond.

Tegenwoordig speelt hij nog steeds met zijn band, heeft hij een musical geschreven en al tien (niet al te misselijke) boeken.  Zijn boeken zijn in verschillende talen vertaald en succesvol overal waar ze worden uitgegeven. Waarom? Hij heeft het talent om je helemaal in het boek te laten verdwijnen. Hij beschrijft details tot het diepste detail zonder dat het verveelt. Wetenswaardigheden neemt hij op in zijn boek en verwerkt ze tot elementen die het plot uiteindelijk ontknopen. Zijn verhalen kennen wendingen die je steeds op het verkeerde spoor zetten.  De hoofdpersoon in zijn boeken, Harry Hole, is ontzettend voorspelbaar, maar is door die voorspelbaarheid onvoorspelbaar.

Jo Nesbø is voor mij een groot voorbeeld op schrijfgebied. Zijn schrijfstijl zal ik niet evenaren, maar ik wil veel leren van zijn gevoel voor detail en daarmee niet de snelheid uit het verhaal te halen.

Wil je net zo geïnspireerd raken of gewoon lekker lezen, neem dan een boek van Jo en raak net als ik “besmet” met het Nesbø virus.

woensdag 27 april 2011

-loos

Deze drie dagen ben ik -loos. Huisloos, manloos kindloos en helaas ook zonloos.

Huisloos aangezien manlief druk aan het klussen is om onze nieuwe keuken voor te bereiden. Hakken, breken, slijpen, frezen en vooral een heleboel stof is de voornaamste reden dat ik deze dagen bivakkeer in de sleurhut. Stofvrij, hoewel.... na zes maanden in de stalling ligt ook hier een grijs waasje, maar egaal grijs is grijs denk ik altijd maar.

Manloos aangezien manlief dus in ons stoffige huis aan het werk is om alle voorbereidingen van de keuken in orde te maken. Dagelijks krijg ik een update via mms en de telefoon. Vandaag zijn alle leidingen ingefreesd, hetgeen een bijzonder stoffig gebeuren blijkt te zijn. Gelukkig heeft manlief het erg naar zijn zin. Hij klust er deze week lustig op los en is blij om ook een paar dagen vrouwloos te zijn geloof ik.

Kindloos aangezien zoonlief vandaag op een driedaags schoolkamp is gegaan. Helemaal nerveus en bijzonder uitgelaten reden we vanmorgen als indiaan naar Wijk aan Zee. Ik benijd de juffen en andere begeleiders niet met al die stuiterende kinderen.

Zonloos aangezien de weersvoorspellingen voor morgen niet bijster geweldig zijn. Daarnaast is er een stevige woei waardoor je haast uit je verschoning waait. Gelukkig was het vandaag uit de wind nog lekker toeven op een stoeltje in de zon.

Nu zit ik heerlijk in de hut, radio 4 aan, beetje thee drinken, beetje typen en een beetje lezen. Wat een luxe en wat een genot. Het is echt vakantie zo. Dus nog maar twee dagen intensief genieten en mezelf dan weer volop uit de -loosheid trekken en weer volop genieten van stof, man en kinderen (in iets andere volgorde dat mag duidelijk zijn).



http://www.weeronline.nl/Europa/Nederland/Callantsoog/4058390

vrijdag 15 april 2011

structuur

Wat zit een mens toch raar in elkaar. De hele week ben ik al van slag.
Oorzaak: mijn week is anders dan anders.

Ik ben het verwende prinsesje; parttime werkend op maandag, dinsdag en donderdag. Dat betekent logischerwijs dat ik op woensdag en vrijdag vrij ben.
Deze week ging het anders. Maandag kon ik niet werken en verschoven mijn dagen naar dinsdag, woensdag en donderdag.
Maandag had ik het gevoel dat het woensdag was
Dinsdag had ik het gevoel dat het maandag was
Woensdag had ik het gevoel dat het dinsdag was. Lastig want woensdagmiddag is een haastdag. Voetballen, volleyballen, eten koken, boodschappen doen ook voor donderdag.
Maar met een beetje kunst en vliegwerk, kwam het allemaal in orde.

Donderdag begon de ellende, want voor mijn gevoel was het woensdag en dus een vrije dag. Maar ik moest werken. Met een vrije dag in gedachten start de dag dan al verkeerd.
Uiteindelijk 's middags nog haast haast en blij dat de dag weer voorbij is.

Vandaag vrijdag, de huishoud dag. Wassen, stofzuigen, boodschappen en uiteindelijk even een momentje met een kopje thee in de zon.

Als ik nu in zo'n duidelijke structuur zit van de dagen, wordt het nog lastig als ik straks niet werk. Want wat voor gevoel moet ik dan iedere dag hebben? Het maandag of bijvoorbeeld het woensdag gevoel?

Structuur is een raar iets, zou je ook wennen aan "geen structuur", of wordt dat dan ook weer structuur?

woensdag 6 april 2011

Dagspreuk

Vandaag kwam ik voor research (wat klinkt dat interessant) op een site terecht waar je een dagspreuk kreeg na het invullen van je geboortedatum.

Mijn dagspreuk luidde "Dingen die pijn doen zijn vaak het meest leerzaam".

Klopt als een bus!

Want wat leer je zoal na het hebben van pijn?
- niet meer met een hamer op je vinger slaan (laat een ander het zware werk doen)
- niet meer zoveel drinken (na een kater, zegt iedereen "ik drink nooit meer")
- niet meer sporten (spierpijn)

Nu was deze spreuk bedoeld als "Inzicht en Inspiratie". De voorbeelden zoals hierboven en die ik zo nog meer uit mijn mouw kan schudden, duiden meer op inzicht. Inspiratie krijg ik nu niet direct van pijn.
Hoewel, in het begin van mijn "blogcarriere" heb ik meerdere blogs geschreven over emotionele pijn, dus wat dat betreft kun je van pijn ook inspiratie krijgen.

Wat ik van deze emotionele pijn heb geleerd en is mijn inspiratie voor iedere dag?
Pluk de dag! Leef vandaag en maak je niet (te) druk om morgen. Doe geen dingen die je niet gelukkig maken.

Daar heb ik geen inspirerende website voor nodig.

woensdag 30 maart 2011

Spijkerbroek

Sonja, dr. Frank, dr. Atkins, ze spelen me allemaal door het hoofd op het moment dat ik mijn pasgewassen spijkerbroek probeer dicht te knopen.
Even adem in, buikspieren aanspannen, ritsen en snel dichtknopen. Uitademen, ontspannen en vervolgens in de spiegel kijken en denken: “pfff, de love handles beginnen overwicht te krijgen”. “Maar even een wijder truitje pakken of toch die brede riem maar om doen. Dat camoufleert de boel wel even”.
Dit scenario speelt zich ’s winters gemiddeld drie keer per week af voor mijn spiegel. Hoewel die spijkerbroek steeds lekkerder zit, naarmate je hem langer aan hebt, blijft hij te strak voor het goede. Zo aan het begin van de dag is het nog uit te houden, maar na het avondeten, gaat de brede riem toch echt op de “vreethaak”.
Tijd om wat te doen! Op het vreethaak moment schieten bovenstaande namen me steeds door de gedachten. “Morgen ga ik beginnen”. Dat neem ik mezelf keer op keer voor. Maar elke morgen is er weer een morgen, maar van een begin is nog geen sprake.
Hoewel een te krappe spijkerbroek niet lekker zit, zit ik wel lekker in mijn vel. Het vel zit mooi gespannen over mijn buik-, been- en bilpartij. Voordeel van vel is dat het beter mee rekt dan een pasgewassen spijkerbroek. Nadeel van vel is dat je niet bewust bent van het feit dat het mee rekt. Die bewustwording moet weer bij je spijkerbroek vandaan komen.
Ik zou niet weten wat mijn gewicht is op dit moment. Ik zit lekker in mijn vel, maar weet dat ik volgens alle normen te zwaar ben. Dat weet ik doordat mijn strakke spijkerbroek de grootste maat in het rekje was. Groter zijn ze er vast wel, in de grote maten winkel, maar voor mezelf wil ik niet groter dan de grootste in de reguliere winkel. Dat betekent werk aan de winkel.
Wat ga je dan doen? Eerder genoemde namen spelen weer door mijn hoofd. Maar een leven zonder koolhydraten kan ik me niet voorstellen. Na een week zonder snak ik naar een bruine boterham, pasta of een rijstschotel.
Omdat ik van gezond en lekker eten houd, is bewegen voor mij de meest reële optie om die spijkerbroek te blijven passen. Sportschool, wandelen of fietsen. Nu heb ik een aversie tegen sportscholen, wandelen zonder doel is alleen fijn in het bos en dat is niet in de buurt, dus blijft fietsen over.
Fietsen in een Hollandse winter is verre van ideaal. Je moet tegen gladheid, neerslag en wind bestand zijn. Dus stel ik het fietsen uit naar het voorjaar en de zomer. Dan is het echter weer tijd voor de fladderjurkjes en ligt op dat moment ligt de spijkerbroek weer in de kast. Daarmee verdwijnt de dagelijkse bewustwording.
Vervolgens pas ik gelukkig de spijkerbroek nog in de herfst, al is het weer even adem in, buikspieren aanspannen, snel ritsen en ontspannen. Kortom, zo lang ik dit vol kan houden is het noodscenario niet nodig.
Ik hoop dat ik komende herfst nog in mijn spijkerbroek pas.

maandag 28 maart 2011

Water

Op vrijdag is er niets op tv. Al zappende bleef ik hangen op Nederland 3 bij "De Rekenkamer". Klinkt als Tweede Kamer, klinkt als cijfers, kortom klinkt als saai. Een programma dat ik niet op het eerste gezicht uit zou zoeken om te gaan kijken.

Maar manlief was de deur uit, kind lag op bed, thee stond ingeschonken op tafel, voetjes op de bank. Was het me toch een razend interessant, confronterend en ogen openend programma! Het ging over de kosten van water, gewoon Hollands kraanwater, exclusieve bronwatertjes maar ook over waterverbruik en onze "water voet afdruk" (waterfootprint).

Waterverbruik per persoon per dag: gemiddeld 120 liter (wassen, plassen, tandenpoetsen, douchen, koken, koffie- en thee drinken). Slechts 2 liter is om te consumeren, de rest verdwijnt "gewoon" in het riool.

Maar het meest schrikbarende was hetgeen je dagelijks gebruikt als je al het water gaat meerekenen dat is gebruikt in de productie van dagelijkse boodschappen. 6000 liter per dag!!!

1 kopje koffie is niet 1 kopje water, maar 140 liter voordat het ons kopje koffie wordt.
1 onsje rundvlees is 1600 liter water voordat het op je bord ligt.
1 halve liter bier is 150 liter water voordat je het uit de tap krijgt.

De grondstoffen voor onze consumptie artikelen komen dan ook nog vaak uit landen waar water schaars is. Kortom, daar wordt drinkbaar water onttrokken aan mensen die het nodig hebben.

2 miljoen liter per persoon per jaar gebruiken we. Zoals in het programma aangegeven, water is misschien niet schaars, maar wel slecht verdeeld. In sommige landen hebben ze net zo weinig geld als water.

Wel iets om over na te denken als je weer eens lekker lang onder de douche staat of een biefstukje nuttigt....

Ook kijken of meer lezen:
http://player.omroep.nl/?aflID
http://www.watervoetafdruk.org/index.php?page=files/home=12300625

vrijdag 25 maart 2011

In de categorie: soms vraag je je dingen af

Hoe komt iemand op het idee om handzeep of wasmiddel naar waterlelies te laten ruiken?
Heeft die persoon in een vijver met waterlelies gezwommen en gedacht "mmmm, dat ruikt lekker laat ik dat eens in een zeepje stoppen." Vervolgens moet er natuurlijk door meerdere mensen worden geroken (testpanel), zwembroeken en badpakken aan en plons. Neus boven de waterlelie en ja hoor, zij vinden het ook lekker. Nu blijken er 200 soorten waterlelies te zijn. Gaan ze dan verschillende vijvers af om even te snuffelen?

Scheelt wel dat het al in een zeepje zit, hoef ik niet meer in de vijver om met mijn neus boven een waterlelie te hangen.

woensdag 23 maart 2011

Stoer

Stoer is de afgelopen tijd het woord dat ik het meeste heb gehoord. En het was dan ook nog vaak in combinatie met mijn persoontje. Nu ben ik niet stoer, zie er niet stoer uit, gedraag mij nooit stoer, voel me ook niet stoer.

Dus waarom stoer? Ik heb mijn baan opgezegd. Mijn financiële zekerheid opgezegd. Mijn dagbestedig opgezegd. Mijn toekomst onzeker gemaakt. Blijkbaar vindt men dat stoer.
Na 15 jaar hetzelfde kunstje te hebben gedaan binnen verschillende bedrijven was ik het zat. Mijn humeur werd niet beter na een dagje werken. Dat dag in dag uit, maakte mij en mijn omgeving niet blijer.

Eenmaal mijn besluit genomen en de brief ingeleverd ging ik figuurlijk 10 kilo lichter naar mijn werk. Letterlijk helaas niet, daar moet je meer voor doen dan een brief inleveren. Het lijkt net of ik sindsdien mijn werk wel leuk vind. Komt dat omdat ik een besluit genomen heb en de kalender dagelijks af vink, of was het eigenlijk toch niet zo heel erg zoals ik altijd heb ervaren?

Misschien komt het omdat iedereen zo langzamerhand het nieuws doorkrijgt en ik steeds vaker stoer genoemd word. Dat doet wel wat voor mijn ego. En als je vaak wordt geassocieerd met een bepaald woord, zal het wel zo zijn. Kortom mijn ego heeft een flinke boost gekregen.

Zelf ben ik nog niet zo zeker of ik wel zo stoer ben. Opeens is solliciteren een noodzaak. Mezelf bezinnen op een nieuwe toekomst. Ga ik freelancen of in loondienst? Wat wil ik gaan doen met mijn toekomst? Heb ik nog wel de leeftijd om in trek te zijn bij werkgevers? Ben ik met mijn eenzijdige werkervaring wel in staat om iets anders te doen dan waarvoor ik geleerd heb? Geeft iemand mij die kans?
Door deze onzekerheden slinkt mijn ego weer tot normale proporties.

Zelf ben ik er nog niet uit, was het stoer of gewoon stom om mijn baan op te zeggen?